Message
Column - 'Hoe versta ik mijn kind'
sub
Column - 'Hoe versta ik mijn kind'
Omgaan met tegenslag
Wij zijn samen aan het koken, mijn kind en ik. De taken zijn verdeeld. Kindlief neemt de aardappelen voor zijn rekening. Ze moeten gebakken worden, want zo zijn ze het lekkerst. Het is ook zijn ding, aardappelen bakken. Hij heeft een eigen manier gevonden. Eerst worden de aardappelen gekookt alvorens ze af te bakken.
De stemming is gemoedelijk. Messen hakken de groenten fijn, de pannen rammelen op het vuur en sudderen het vlees gaar. Onder de deksel van de pan met aardappelen verschijnt de stoom, waarna het vuur lager wordt gedraaid.
Dan hoor ik opeens een kreet, een vloek. Ik draai me om en zie een teleurgesteld kind boven het fornuis staan kijken naar een vage smurrie in de koekenpan. Wat blijkt, de aardappelen zijn te lang doorgekookt. Nou niet meteen een wereldschokkende tegenslag. Ik wil nog een tip geven, maar kindlief draait zich verontwaardig om, wil er niets meer mee te maken hebben en loopt weg. Mij achterlatend met de aardappelprut en de rest van het eten.
Maar zo'n klein voorbeeld kan wel heel typerend zijn voor hoe iemand met een situatie omgaat, in dit geval wanneer het niet voldoet. Hoe ga je met tegenslag om? Of de situatie nou groot of klein is. Een doel wordt niet gehaald. De criteria zijn te groot en te ver weg. De gestelde eis is buiten bereik. Wat doe je dan?
Weglopen, de boel de boel laten, alvast een schuldige vinden of het zoeken van de oplossingen neerleggen bij de ander? Als kindlief op dat moment de situatie als 'maat' neemt, dan klopt het dat de smurrie niet meer te veranderen is. Daar komen geen mooie, ronde gebakken aardappelen van.
Maar je kan het ook letterlijk 'omkeren'. De wereld wordt van jou, als je het omkeert, het naar jezelf toe trekt en er zelf naar handelt. Niet meer het eerdere streven staat centraal maar jij als middelpunt van de nieuwe werkelijkheid. En wat je dan doet, is kijken naar de feitelijke situatie en je opnieuw laten inspireren naar 'wat nu'...
In dit geval. Kindlief kroop (hetzij even met enige tegenzin) weer achter het fornuis en ging het proberen. Voegde telkens kleine beetjes olie bij de aardappelen en liet het lekker door bakken. Resultaat een gezellige wat kruimelige gebakken aardappelen. Waar tijdens het eten volop over werd geroemd, vanwege de heerlijke smaak.
Hoe eenvoudig kunnen waardevolle lessen zijn. 'Wie heeft die aardappelen zo lekker gebakken?' Je zag 'm groeien.
Hobby-keuze-moment
Bah, vandaag weer naar muziekles. Ik heb geen zin, ik ben moe. Wat doe je dan als moeder, als ouder? Laat je je kind thuis. Is ie echt moe en wordt die ziek? Of is er eigenlijk niets aan de hand en is hij of zij gewoon wat hangerig en moet je daar even door heen.
Het is een fenomeen waar je als ouder bij tijd en wijle tegen aan loopt met je kind en zijn hobby. Dan hebben ze er niet zo'n zin in, en sta je je kind een beetje met duw en trekwerk naar de sportclub te loodsen. En als je het zelf druk hebt of ook niet veel puf om hem naar de muziekles te brengen, dan valt het niet mee om consequent te blijven. De twijfel slaat toe.
De hersenspinsels nemen het over. Is het wel leuke sport, hoort het wel bij mijn kind, is het niet te belastend. Heeft ie te veel hobby's, te weinig hobby's. Ben ik te streng, ben ik te makkelijk. Geef ik te snel toe.
En een valkuil voor een moeder met een klein gezin is, dat ze sowieso snel geneigd is om voor hun kind te gaan rennen. Ze overal heen te brengen en weer op te halen. Ten minste voor mij was de verleiding soms groot en zeker als ze niet echt zin hadden, dacht ik o joh, ik help je toch even een handje.
Tot ik ooit een moeder hoorde van een groot gezin die de regel had dat de kinderen na school een hobby mochten uitkiezen als ze er zelfstandig genoeg voor waren. En vaak is dat vanaf de leeftijd van 7 jaar. Ik vond dat slim want het vraagt een bepaald soort verantwoording. Het gaat sneller om een werkelijke wens van het kind zelf. Het hoeft niet. Het mag. Geen zin in sportclub, zangles of natuurverkenner? Thuis kan het ook gezellig zijn. Het kind weet waar het aan toe is. Kan er naar uitkijken en maakt rond de zevende verjaardag een keuze. Het geeft het kind autonomie. Het kind leert een stukje van de wereld veroveren, in de wereld staan. Mij bracht dit hobby-keuze-moment weer met de voeten op de grond.
Wanneer eenmaal een keuze is gemaakt is helpt het om een duidelijk en overzichtelijk tijdspad af te spreken. Spreek samen met je kind een termijn af om het uit te proberen. Dat kan zijn tien weken zijn of een half jaar tot een jaar.
Het brengt rust voor beiden; voor je kind maar, ook voor jezelf als ouder. Tussentijds kan en mag er van alles gebeuren zowel kansen als mislukkingen, plezier dan wel terugval en geen zin meer. Niet te vroeg ingrijpen dan. Laat het afgesproken tijdspad z'n werk doen. Waarna je daarna samen de balans op maakt. 'Ja, ik blijf op muziekles. Ook in het nieuwe jaar.'
Zelfbeeld
Een kind ongemerkt een etiket opplakken is vaak zo gebeurd. Hoe vaak zeg je niet tegen je kind dat hij druk is, of slordig of juist omgekeerd dat hij slim is. Voor het kind is het van grote invloed welk beeld hij daardoor van zichzelf krijgt. Een beeld wat vaak nog van invloed kan zijn tot in de volwassenheid.
In het boek 'Gewoon kind zijn' geschreven door Thomson wordt op dit onderwerp ingegaan en laat zien hoe woorden de opvoeder macht geeft over het kind. Een kind is van je afhankelijk en jij als opvoeder bent zijn referentiekader. Als je je kind druk of slordig noemt, dan zal hij geloven dat hij druk of slordig is. Met als gevolg dat hij zich er naar zal gedragen en nog drukker en chaotischer wordt, omdat hij gelooft dat hij zo is. Zo wordt een beeld, een etiket een zichzelf vervullende verwachting en gaat het een probleem vormen, want het etiket geeft onze bewoordingen weer en niet die van het kind. Zo geven wij, de volwassen, een definitie van het kind, en het gevolg is dat hij zich op een gegeven moment gaat afvragen: Wie ben ik? Ben ik mezelf of ben ik mijn etiket?'
Het advies van Thomson is om 'feitelijk' te benoemen wat je ziet aan gedrag bij je kind. In plaats van tegen je kind te zeggen: 'Je bent een sloddervos', zeg je: 'Ik zie dat je speelgoed nog niet is opgeruimd.' Het voordeel hiervan is dat je op deze manier voorkomt dat je het kind een etiket opplakt. Het kind weet wat je bedoelt en kan er vervolgens iets mee doen. En het voorkomt (spraak)verwarring. Het kan namelijk gebeuren dat het kind werkelijk niet weet wat jij bedoelt, omdat het niet zijn beleving is, zich niet in het beeld van sloddervos dat jij noemt herkent.
Een ander aspect is dat het gebruik van een negatief etiket nog wel wordt onderkend. Het wordt al weer moeilijker bij positieve etikettering, omdat je denkt het kind te helpen door hem slim, knap etc. te noemen. Maar ook dan geldt dat het gaat om het beeld van de volwassene of wel schrijft Thomson'...het kind kan dan het gevoel hebben dat hij zich volgens het etiket moet gedragen om onze liefde te winnen.'
In mijn ogen zijn dit wezenlijk aandachtspunten voor het groot brengen van je kind. Dit als opvoeder onderkennen is de eerste stap om op een andere manier naar je kind te kijken. En voor je kind ontstaat er ruimte om zichzelf te zijn.
Ruzie maken
Er zijn zorgen om angstig gedrag van een kind. De vraag komt op mijn bordje te liggen. Wat blijkt, er is een grote sterke jongen op school gekomen, die niet zo handig is in zijn benadering van andere kinderen. Gevolg ruzie, maar ook angst, want de jongen blijkt makkelijk te slaan en te duwen. Een flinke schram op de arm is al snel het gevolg.
Kinderen maken onderling makkelijk ruzie. In hun samenspel ontstaan met regelmaat conflicten. Vaak komen ze net zo vlug op als ze weer verdwijnen. Dat is ook niet vreemd, het is een gezonde normale ontwikkeling. Kinderen leren op deze manier voor zichzelf op te komen en door de conflicten die ontstaan leren ze creatieve oplossingen te zoeken die mogelijk zijn binnen de regels van de sociale wereld. Het kind leert zich te verplaatsen/in te leven in een ander. En om dat te leren is gewoon een hele kunst. Ruzie hoort daar zo nu en dan er bij. Weerbaarheid ontstaat bij tegenstand.
Je zou haast vergeten wat kinderen allemaal voor stappen (middels spel) maken, voor ze een beetje handig met elkaar omgaan. Ik kan er met verwondering naar kijken, wanneer je werkelijk realiseert wat kinderen in korte tijd allemaal over zichzelf afroepen en eigen maken.
Zo trekken baby's nog onbekommerd elkaar aan de haren, prikken ogen uit, worden speeltjes even makkelijk gedeeld als van elkaar afgepakt. Het begrip van mij en van jou is onbekend.
Een peuter kan al zijn eigen (fantasie)spel spelen, maar wel volgens op zichzelf gerichte regels. De buitenwereld bestaat nog niet. In de kleutertijd komt het spel volgens voorschriften. Het lagere school kind is zover om eigen vriendschappen aan te gaan buiten zijn ouders, broertjes en zusjes om. Of wel hoe handhaaf ik mij in een (nieuwe) groep. En bij de puber staan de 'eigen' vriendschappen centraal (met of zonder akkoord van de ouders).
Veel ouders zijn bang voor ruzie en conflicten, vooral wanneer het hun eigen kind aangaat. Het kind wordt in bescherming genomen of men grijpt in, zeker wanneer het gaat om fysieke daden zoals slaan. Al snel wordt gezocht naar de schuldvraag. Gevolg: er ontstaat een situatie van slachtoffer en dader. Het slachtoffer wordt getroost, de dader wordt bestraft.
Maar vaak wordt voorbij gegaan aan wat er werkelijk speelt of speelde. Juist in deze situatie is het belangrijk nieuwsgierig te zijn naar het stuk van je kind, naar zijn belevingswereld. Daar kom je achter door te vragen te stellen, te kijken, te luisteren en te accepteren/te aanvaarden dat kinderen leren omgaan met elkaar door soms ruzie te maken.
Zo ook de situatie tussen deze twee kinderen. Er werd telkens gereageerd vanuit de schuldvraag, het onderliggende probleem/oplossing bleef liggen. Het sociaal onhandige kind werd gezien als dader. Wat weer angst op riep bij het slachtoffer. Eenmaal erkend dat het daar niet om ging, kon de dader geholpen worden met zijn onhandige gedrag en de angst van het andere kind omgezet worden richting mededogen. En is er wederom weer vertrouwen ontstaan.
Vervelen
'Nog een paar nachtjes slapen en dan eindelijk vakantie', roept dochterlief. De zomervakantie staat weer voor de deur, voor sommigen is die al begonnen. Even geen strak ritme, geen volle planning, geen (verplichte) afspraken. Maar genieten van het slome wakker worden zonder dat de wekker roept, de dag luierend doorbrengen met niets doen. Even los komen van de dagelijkse beslommeringen.
De schooldeur is nauwelijks dichtgetrokken, de schooltas nog niet uitgepakt of ik voel de stemming van mijn kind omslaan van euforie naar ....
Voor me staat een hangerig kind.
'Wat is?', vraag ik.
'Ik weet niet wat ik moet doen?'
'Ga spelen met je vriendjes.' 'Nee, geen zin.'
'Ga lekker buiten spelen.' 'Nee.'
Van het voorgenomen en verheugende plan he, he eindelijk-niks-doen-en-nu mag-ik-zelf-weten-wat-ik-doe lijkt niet veel terecht te komen. En elk voorstel dat ik doe wordt door haar afgewezen.
Inmiddels krijg ik in ook al niets fatsoenlijks uit mijn handen. Ik hoor het gedram, gedrein en gezucht. Ik zie het gehang. Ik voel de onrust van mijn kind dat zich verveeld.
Het is zo'n fase waar je doorheen moet. Want het heeft te maken met het omschakelen van een vaste structuur waar van alles van je wordt gevraagd naar weer op zoek naar eigen initiatief. Omgaan met de eigen vrijheid. Je kunt er zo naar verlangen en je er op verheugen, maar de praktijk is vaak wat weerbarstiger.
Daar is ruimte voor nodig, een soort niemandsland. Vervelen. Je belandt in een wat chaotische, onrustige fase, zonder richting. Het is de fase waar je kind weer gaat voelen waar het zin in heeft, zodat ze weer weten wie ze zijn en wat ze willen. Dat is de zin van vervelen.
Ik wens iedereen een mooie zomervakantie.
p.s. Ik hoor buiten een schaterlach. Ik zie niemand in huis.
More Articles...
Heeft u een vraag of wilt u reageren? Mail naar This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Edith Speelberg (48) is kunstzinnig therapeut en moeder van twee kinderen waarvan de jongste meervoudig gehandicapt is. Elke maand beschrijft ze een voorbeeld uit de praktijk wanneer zorg of opvoeding van je kind (even) niet vanzelfsprekend loopt.